Ik ben flexanist

Plantaardig eten is dé trend van 2019. Een positieve en ook lekkere ontwikkeling. De paar keer dat ik heb meegedaan met de Vegan Challenge vond ik het goed te doen om alleen plantaardig te eten. Ja, het kostte me absoluut wat meer tijd in bedenken wat we zouden gaan eten en nieuwe recepten proberen kost altijd meer tijd dan het uit het hoofd maken van beproefde gerechten, maar dit was voor de verhuizing en de komst van Willemijn, dus die tijd hadden we. Ik werd er gelukkig steeds beter in en maak nog steeds regelmatig de paddenstoelenrisotto, andere recepten die ik tijdens de Challenges heb leren maken en de geslaagde recepten uit de Vegan Box die we getest hebben. Maar volledig plantaardig? Nee, zover ben ik nog niet.

In juni 2018 heb ik wel een eerste belangrijke stap gezet door geen vlees meer te willen eten, wat ik tegelijk ook heel spannend vond om te vertellen aan vrienden en familie. Op dit moment eten we eigenlijk dezelfde soort dingen die we hiervoor ook al aten, maar dan met vleesvervangers, kaas of eieren. Dit kost niet veel moeite qua planning en bereiding, maar verkleint wel direct onze impact op het klimaat. De stap van carnivoor naar vegetariër heeft daarbij grotere impact dan van vegetariër naar veganist, dus we zijn al een eind gekomen.

Het laten staan van kaas en eieren, zeker nu we thuis vegetarisch eten en peulvruchten hier niet zo populair zijn, vind ik een erg moeilijke stap. Daar waar ik melk echt niet mis en ik het door de borstvoeding ook niet meer logisch vind melk van een ander dier te drinken, staat kaas daar verder van af en vind ik het serieus ontzettend lekker. Gesmolten kaas door de pasta, geitenkaas op een broodje en feta door de salade, heerlijk. En een gekookt ei of een omelet voegt echt wel wat toe aan de nasi of gado gado die we graag eten.

Toch vind ik het wel belangrijk om vaker volledig plantaardig te eten. Nog altijd omwille van het milieu en klimaat, maar ook als actie tegen het industrieel gebruik van dieren als product. We proberen nu iedere week wel een of twee nieuwe gerechten, waarbij ik vooral actief op zoek ben naar gerechten op basis van groenten, volkoren granen en peulvruchten. Daarnaast ben ik onlangs gestart met het bijhouden van wat ik eet en als supplement neem, om te kijken of ik binnenkrijg wat ik binnen moet krijgen, want dat vind ik best spannend, zeker gezien mijn kwakkelen met ijzer sinds de bevalling.

Waar sta ik nu? Ik denk dat ik mezelf zou omschrijven als flexanist: een vegetariër die regelmatig ook veganistisch eet. Ik hoop dat, naarmate de tijd vordert, ik steeds meer richting veganisme schuif. Only time will tell.

Wat niet verkocht wordt bij de kringloopwinkel…

Dagelijks brengen mensen auto’s vol spullen naar de kringloopwinkel. Omdat ze graag iets nieuws willen, maar het zonde vinden hun “nog prima bruikbare spullen” weg te gooien, of omdat er mensen samen gaan wonen en 1 eettafel wel genoeg is. Kringloopwinkels ontvangen steeds meer door de opruimwoede en ontspul-trend die gaande is dankzij Marie Kondo (die ik overigens wel een interessante kijk op spullen vind hebben).

Een publiek geheim: slechts zo’n 30% van wat bij de kringloopwinkel binnenkomt, wordt daadwerkelijk weer verkocht. Van wat niet verder verkocht wordt is een deel gewoon kapot, vies of niet meer bruikbaar en een deel wordt simpelweg niet verkocht. Er is geen interesse in. Ik heb me altijd afgevraagd wat er dan met die in principe wel goed bruikbare spullen gebeurt die geen volgende eigenaar vinden. De verbrandingsoven, zo blijkt in veel gevallen. Of ze gaan bij het oud papier, in de textielbak of naar de metaalrecycling. Een of twee stappen te ver, wat mij betreft, want bruikbare spullen wil je hergebruiken of een ander doel geven vòòr je overweegt het te recyclen of zelfs te verbranden. In sommige gevallen kost dit afval ook geld, in plaats van dat het iets oplevert voor de kringloop. Is er dan geen andere optie?

Gelukkig kwam Ron van Stichting Kringloopbedrijf het Warenhuis in Leiden juist over dat onderwerp vertellen tijdens het Groene Idee Café van februari. Als organisatie probeert deze kringloop namelijk de afvalstroom richting de verbrandingsoven te verkleinen en de afgedankte producten anders te gebruiken. Zo zitten ze in een certificeringsproces voor de reparatiewerkplaats om daar van 2 kapotte broodroosters weer 1 werkend broodrooster te mogen maken en zo de herbruikbare onderdelen te redden. Voor de kleding die niet wordt verkocht is Ron in overleg met een aantal partijen over het maken van isolatiemateriaal. Daardoor zou de kleding nog jaren nuttig gebruikt kunnen worden.

Ik vond het bijzonder inspirerend om meegenomen te worden in het wel en wee van een kringloopbedrijf en te horen hoe ze actief werken aan hergebruik van zoveel mogelijk producten, onderdelen en materialen. Het is leuk dat er zoveel verder gedacht wordt dan alleen de spullen die wel verkocht kunnen worden. Zo vertelde Ron verder nog dat hij met wat sloopbedrijven aan het praten is over een tweedehands bouwmarkt – dat zou echt heel erg tof zijn – en de ambitie van het Warenhuis om ook zichtbaar te gaan maken wat er gebeurt met onverkochte materialen en producten. Dat hoop ik inderdaad te gaan zien en ik hoop dat het lukt de afvalstromen te verkleinen!

Plastic op Bali – Welcome to paradise

Het plasticprobleem op Bali is niet ons probleem. Want het is daar, toch, en daar hebben wij hier niks mee te maken, toch?

Dit was de eerste stelling voor het mede door museum Volkenkunde georganiseerde discussiepanel met Merijn Tinga (Plastic Soup Surfer), Theo Stijnen (branchevereniging PlasticsEurope Nederland), Karl Beerenfenger (By the Ocean we Unite) en twee havo-scholieren die hebben meegedaan met onderzoek naar zwerfafval in Leiden. De voorgestelde oplossing van de scholieren: maak met straattekeningen op en bij vuilnisbakken duidelijk wat het zwerfafval probleem doet en nodig gelijk uit die extra stappen naar de vuilnisbak te zetten.

Jullie zullen begrijpen dat de panelleden en wij in de zaal het oneens waren met deze stelling. Veel van de bedrijven die de troep op Bali verkopen, wetende dat er geen afval-systeem is zoals hier in Nederland, zijn gevestigd in ons rijke westen. En het beeld van welvaart dat we hier hebben, wordt logischerwijs nagestreefd door landen als Bali. En dan hebben we het nog niet eens over plastic van hier dat daar gedumpt wordt of via de waterwegen daar terecht komt.

Vooral de discussie tussen Merijn en Theo was af en toe heftig, aangezien Merijn veel van de verantwoordelijkheid bij de plasticindustrie legt terwijl Theo van mening is dat het om een gedeelde verantwoordelijkheid gaat. Dat is ook wel mijn mening, overigens, want volgens mij hebben we allemaal een rol in de hele keten van plastic. Als consument maken we dagelijks keuze voor de producten die we gebruiken en de manier waarop we eten. De industrie is verantwoordelijk voor een passende materiaalkeuze en inzamelsystemen waarmee afgedankte producten en verpakkingen makkelijk verwerkt en hergebruikt worden en in ieder geval niet in het milieu terechtkomen. De overheid kan met straffen en beloningen, oftewel met wet- en regelgeving het milieubewuste gedrag van zowel consument als bedrijf stimuleren.

Ik vind het een mooie ontwikkeling dat allerhande organisaties zich bewust zijn van het plasticprobleem. Met de tentoonstelling ‘BALI – Welcome to paradise’ laat museum Volkenkunde de mooie kant van Bali zien, met natuur en cultuur. Èn de minder mooie kant, met de impact van toerisme en het zo overduidelijke plasticprobleem. De vormgever van de tentoonstelling gaf aan dat dit laatste nog meer aandacht zal krijgen als het Tropenmuseum deze expositie overneemt. Nu zie je bijvoorbeeld een video van een Balineese kunstenaar die het plasticprobleem zichtbaar wil maken en een video van een meisje dat met haar surfklas regelmatig tussen plastic afval in het water ligt. Ik hoop oprecht wel dat er ook in de bedrijfsvoering verder gedacht wordt over het plastic dat wellicht nog in de museumwinkel of de restauratie wordt gebruikt! Maar los daarvan is het een mooie tentoonstelling die je nog tot 26 mei in Leiden kan zien.

De grootste take home message van het panel kwam voor mij van 3-havoleerling Sanne Dissel: als individu kun je een verschil maken met de keuzes die je maakt in het dagelijks leven, maar alleen als je deze keuzes openbaar maakt en andere mensen ook prikkelt of inspireert tot verandering. Dat is precies wat ik hoop te doen 🙂

Kleine reparaties – Knoop aanzetten

Mijn oma leerde als kind al hoe je een naadje kunt stikken, een gat kunt repareren en een knoop aan kan zetten. Een standaard vaardigheid in die tijd – in ieder geval voor meisjes – voordat de welvaart na de oorlog weer toenam en de wegwerpcultuur haar intrede deed. Mijn moeder, kind van de jaren zestig en zeventig, was net zo goed in staat deze reparaties uit te voeren en was vaardig genoeg met de naaimachine en naald en draad om al mijn neefjes en nichtjes van pietenpakken en andere kostuums te voorzien 🙂

Mooie herinneringen, maar in de praktijk van vandaag de dag heb ik daar niet zoveel aan. Als ik een kledingstuk heb dat gerepareerd moet worden, kom ik meestal uit bij de kleermaker of klop ik bij oma aan. En ik wil het zelf kunnen! Mazzelaar die ik ben, heb ik met regelmaat een klein probleem met een van mijn kledingstukken en dus de mogelijkheid om deze reparatie skill te leren en te oefenen. Het laatste trucje dat ik in dat kader geleerd heb: een knoop aanzetten!

Stap 1: knip een stuk draad af, stop het in een naald en leg een knoopje in het uiteinde.

Stap 2: op de plek waar je wil dat de knoop komt steek je de naald via de achterkant/binnenkant door de stof heen tot de draad door het knoopje niet meer verder kan.

Stap 3: steek een paar keer door de stof heen en weer zodat je draad wat steviger vastzit, waarbij je het stukje draad aan de andere kant van je knoopje tegen de stof aan zet.

Stap 4: plaats een lucifer op de plek waar de knoop moet komen en leg de knoop daar bovenop, zodat je knoop straks genoeg ruimte heeft om door het bijbehorende knoopsgat te gaan (als het een knoop ter versiering is, is die lucifer dus niet nodig).

Stap 5: steek omhoog door een van de gaatjes in de knoop en weer omlaag door een ander en doe dit een paar keer om de knoop goed vast te zetten.

Stap 6: als je knoop goed genoeg zit, doe je de laatste steek naar beneden door een gaatje in de knoop en haal je de lucifer tussen de knoop en de stof vandaan.

Stap 7: steek weer naar boven, maar blijf tussen de knoop en de stof en draai de draad een paar keer om de andere draadjes heen voor je hem weer naar beneden steekt en nog een paar keer op en neer doet om de draad weer vast te zetten.

Stap 8: maak met de draad aan de achterkant/binnenkant van de stof een of twee knoopjes om een ander draadje heen, knip de rest van de draad af.

Mocht je wat meer beeld willen hebben, dan kun je altijd een instructiefilmpje op YouTube zoeken, het aan je moeder, oma of buurvrouw vragen of een handige man zoeken die dit wil laten zien.

Duurzame tuinplannen

Op zo’n anderhalve vierkante meter na bestond onze tuin uit tegels. Voor en achter. Hoewel ik snap dat het ontzettend onderhoudsvriendelijk is, wilde ik toch graag wat anders. Allereerst omdat ik het met een kind leuk vind om een groene tuin te hebben. Het kunnen zien hoe plantjes groeien, beestjes bekijken en op het gras kunnen spelen is ontzettend waardevol en maakt de kans dat we echt naar buiten gaan ook groter. Een groene tuin nodigt uit om lekker in te zitten, in mijn optiek meer dan een betegelde tuin.

Daarnaast is het in het kader van klimaatbestendigheid en duurzaamheid ook verstandig om tegels te vervangen door groen. Dat is ook precies de reden dat er een tijd geleden discussie was over tuintegeltaks en dat Operatie Steenbreek in steeds meer gemeenten actief is. Met minder tegels krijgt regenwater beter de gelegenheid de grond in te zakken en met planten krijg je verkoeling in de zomer en het vasthouden van warmte in de winter. Tot slot denk ik dat de keuze voor specifieke planten in de tuin zowel kan bijdragen aan meer ruimte en voedsel voor insecten (waaronder bijen) en voor het verminderen van afval. Als eetbare planten ons daarnaast ook nog helpen gezonder te eten of gebruik te maken van natuurlijke geneeswijzen, is dat mooi meegenomen.

Tijdens onze vakantie in Maastricht heb ik in de mooiste boekenwinkel van Nederland een geweldig boek gekocht: de eetbare tuin. Een boek waarmee je stap voor stap een eigen tuin kan ontwerpen met voornamelijk eetbare vaste planten, dus onderhoudsarm. Dat leek me wel wat! Op 21 september 2017 heb ik dus gekeken wanneer er waar zonlicht in de tuin is, ik heb op basis van de klaprozen in de tuin geconcludeerd dat er zandgrond is – met een stuk daaronder duidelijk klei, zo bleek bij het graven – en met meetlint ben ik de hele tuin doorgegaan om een nauwkeurige plattegrond te kunnen maken. Dat was het begin.

Het boek adviseert te starten met de plaats van ‘vaste elementen’. Wij hebben een GFT en een PMD bak in de achtertuin staan, evenals een BBQ bijvoorbeeld. Daarnaast staan een of twee regentonnen op mijn verlanglijst en lijken een wormenbak/wormentoren en compostvat me erg interessant om eigen compost te maken waar zeker weten geen plastic deeltjes inzitten die de grond kunnen verontreinigen. Afgelopen jaar ben ik al gestart met de aanleg van een klein en hobbelig grasveldje waar Willemijn hopelijk deze zomer op kan spelen. Mijn project voor dit voorjaar is het maken van een moestuinbakkenbank, die zowel als makkelijke moestuin als als bank kan dienen.

Met de plannen voor de daadwerkelijke planten in de tuin ben ik nog druk bezig. Ik wil graag gebruik maken van een voedselbos of permacultuur-idee. Dat betekent gebruik maken van verschillende lagen van planten: bomen, struiken, klimmers, hoge planten, een kruidlaag en bodembedekkers. En zorgen dat je planten passen bij de grond in je tuin in plaats van je grond aanpassen aan de planten die je wil. Daarnaast wil ik niet alleen ‘gewoon’ eten uit de tuin halen, maar juist kijken met welke planten ik door het plukken/rapen uit de tuin vaker biologisch kan eten en minder (plastic) verpakkingen in huis haal. Ook het hebben van waard- en drachtplanten – planten waar vlinders hun eitjes kunnen leggen en planten waar vlinders, hommels en bijen nectar kunnen halen – en het plaatsen van misschien vergeten inheemse planten vind ik belangrijk.

Ik ben dus een hele puzzel aan het maken die ik stukje bij beetje invul. Vorig jaar hebben we al aardbeien, frambozen en blauwe bessen in de tuin gezet en ik hoop dit jaar op een mooie oogst. Dit jaar hoop ik wat lage boompjes met fruit te kunnen plaatsen: appel en peer, misschien kers. Ook wil ik wat klimmende planten een plek geven zodra ik heb bedacht hoe ik die het best kan begeleiden. Een rankspinazie en een erwtenplant, bijvoorbeeld. Keukenkruiden lijken me tof, net als daslook of andere uisoorten, en ik wil heel graag pioenrozen in de tuin omdat die me aan mijn moeder doen denken. De moestuinbakken wil ik vullen met verschillende soorten pluksla, bietjes, worteltjes en radijsjes. Op termijn wil ik de stenen van het terrasje en het pad door de tuin wat verder uit elkaar plaatsen en bijvoorbeeld kruiptijm of een bodembedekkende plant met bloemen tussen de tegels plaatsen. Plannen te over om stukje bij beetje de tuin te verduurzamen 🙂

Vlekken zien en overleven

Willemijn heeft ons de afgelopen weken goed laten schrikken. Een temperatuur die op een gegeven moment boven de 40 graden liep, een koortsstuip waarbij ze als trekpoppetje de controle over haar armen en benen kwijt was en daar zelf ook erg van schrok en uiteindelijk een telefoontje van het kinderdagverblijf dat ze ineens onder de vlekken zat en steeds wit wegtrok. Ons meisje was echt niet zichzelf.

Gelukkig kun je in zulke gevallen altijd de huisarts of de huisartsenpost (HAP) bellen. Enerzijds ter geruststelling, anderzijds ter controle. Ik geloof dat we in vijf dagen wel vier keer op controle zijn geweest, waarvan een keer bij ons thuis door de ambulancemensen na de koortsstuip. Een inschattingsfout van de telefoniste bij de HAP. Hoewel een koortsstuip namelijk erg schrikken is – en bij Willemijn was het nog geen ‘volledige’ stuip – kan het niet veel kwaad, zo werd ons verteld. Het is een reactie van het lichaam op het snel oplopen van de temperatuur. Als het nog een keer gebeurt, leggen we haar op de zij en zorgen we dat ze nergens tegenaan kan botsen!

De huisarts is kundig, maar kan niet op tegen de ervaringsverhalen van andere ouders. Wat ben ik daarom blij met alle moeders onder mijn collega’s – ongetwijfeld ook vaders, maar die zijn bij ons wat dunner gezaaid en heb ik niet gesproken – die me gerust konden stellen, die meeleefden en die verhalen ophaalden van toen hun eigen kids ziek waren. En die collectief “oooooooo ja” zeiden toen we na die vlekken van de huisarts hoorden dat het waarschijnlijk de zesde ziekte was. Of de vijfde, maar dat maakt niet zoveel uit. Het zijn allebei infectieziekten waar je kindje vlekken van krijgt, maar die niet schadelijk zijn en vanzelf weer overgaan, aldus de dokter.

Willemijn is weer hersteld. Ze lijkt gelijk ook maar een sprongetje te hebben gemaakt en kan ineens ’s avonds voor het naar bed gaan zichzelf vermaken. Dat is fijn voor pappa en mamma! Nu natuurlijk hopen dat ze dat een beetje vol kan houden 🙂

 

2018: Van groene baby naar groene dreumes

Aan het eind van het jaar vind ik het altijd leuk om terug te kijken. Want hoe ouder ik word, hoe sneller het jaar voorbij lijkt te gaan. Door deze traditie in ere te houden, of het nu met een memory jar is, een leuk spel of gewoon zo, met een lijstje op de blog, kan ik het jaar weer heel even vertragen. Er gebeurt namelijk zoveel in een jaar, dat ik het jammer vind als ik leuke dingen vergeet en weer doorga naar het volgende.

2018 was het jaar dat Willemijn voor het eerst naar het kinderdagverblijf ging. En hoe fijn: ook daar hebben ze vanaf het eerste moment de wasbare luiers gebruikt! Plus dat ze het prima vonden om Willemijn gelijk vast voedsel te geven, zo lang wij maar een lijst aanleverden met wat ze wel en niet mocht. Want ook dat heeft onze mini het afgelopen jaar geleerd. De combi borstvoeding en eten heeft ervoor gezorgd dat ze nu een goede 9 kilo weegt, en misschien wel meer nu ze niet meer zo ziekjes is en eet als een dokwerker. Ons vrolijke meisje zoekt met iedereen contact en heeft voorzichtig wat stapjes langs allerlei randjes gezet. Een jaar van grote verandering dus. En onze baby is een dreumes geworden!

Ook wat mijzelf betreft ben ik een stuk gegroeid en heb ik flinke stappen op het groene pad gezet. Sinds de zomervakantie eet ik bijvoorbeeld vegetarisch. De tuin is al flink onttegeld – is dat een woord? – en gevuld met gras en wat fruitstruikjes. Met plannen om komende lente nog meer tegels te verwijderen 🙂 In de voortuin staat inmiddels een container van de Stichting Babyspullen, waarmee ik dus bijdraag aan zowel het inzamelen van (tweedehands) babyspullen en help om kinderen in Nederland een goede start te geven. Zoals we dat ook bij Willemijn proberen.

Het was een mooi jaar. Op naar 2019. Fijne jaarwisseling allemaal!

DIY – Maak je eigen vlaggenlijn

Een stoffen vlaggenlijn stond al heel lang op mijn verlanglijstje. Het liefst ook zelfgemaakt, want zo ingewikkeld zien ze er niet uit. Met als motivatie de eerste verjaardag van Willemijn en met wat online hulp – stiekem vond ik het in mijn onervarenheid met handwerken best even uitzoeken hoe ik de vlaggenlijn kon maken – heb ik een mooie vlaggenlijn in elkaar gedraaid 🙂 Lijkt dit je ook wel een leuk project? Volg dan onderstaande stappen voor een mooi resultaat!

  1. Om te beginnen heb je stof nodig. Ik gebruikte een kapotte broek van Wilco, dus spijkerstof, maar je zou alle soorten stof kunnen gebruiken. Als je niks hebt liggen, kijk dan even bij de kringloop, misschien dat die nog iets leuks hebben liggen. Gebruik je liever nieuwe stof? Kies dan voor (biologisch) katoen, linnen of een andere natuurlijke stof.
  2. Vervolgens wil je een patroon hebben. Nu is een vlag niet heel ingewikkeld qua patroon. Een beetje op de gok heb ik daarom een vel papier gepakt en daar een vlag uit geknipt. Ziezo, all set. Uiteraard kun je het ook helemaal uitmeten, een patroon van internet plukken of een vlag van een andere vlaggenlijn omtrekken.
  3. Om goed te kunnen knippen, moet het patroon op de stof komen. Je kunt er voor kiezen om het patroon op de stof te spelden, maar dat vond ik teveel werk qua steeds opnieuw moeten spelden. Ik koos dan ook voor het tekenen van het patroon op de achterkant van de stof. Met behulp van een krijtje – een restant van de stapel krijtjes bij het krijtbord in onze oude woning – heb ik steeds de vlag omgetrokken op de stof. Werken met spelden geeft, denk ik, een nauwkeuriger resultaat met meer gelijke vlaggen. Voor mijn eerste vlaggenlijn vond ik het niet erg als de vlaggen wat in grootte verschillen.
  4. De volgende stap is zorgen dat je de losse vlaggetjes krijgt. Tijd om te knippen dus. Je kan uiteraard een gewone stofschaar gebruiken of kiezen voor een gekartelde stofschaar. Ik gebruikte hier in eerste instantie de gewone schaar, maar heb uiteindelijk de vlaggen nog bijgeknipt met de kartelschaar, als makkelijke manier om rafelen te voorkomen en omdat het er wel tof uitziet.
  5. Toen ik een flinke lading vlaggen had, ben ik ze per twee langs de schuine kanten met rechte steken aan elkaar gaan stikken op de naaimachine. Ik deed de ‘mooie’ kanten van de losse vlaggetjes gelijk aan de buitenkant voor de complete vlaggen. Je kan er ook voor kiezen om de mooie kanten naar elkaar toe te houden, een zigzagsteek langs de randen te  gebruiken, de vlag binnenstebuiten te keren en hem tot slot plat te strijken. Dat werkt niet bij alle soorten stof, merkte ik: bij de spijkerstof kreeg ik de vlag niet plat met deze methode. Wil je dit doen, test dan met een eerste vlag even of dit werkt. Alles met een tornmesje losmaken kost namelijk best wat energie.
  6. Toen ik 10 complete vlaggen had gemaakt, was het tijd om er echt een vlaggenlijn van te maken. Bij een handwerkwinkel heb ik mooi basic geel biaisband gehaald – dat is een reep stof waar de buitenste randen al naar binnen gestreken zijn, waardoor je het kan gebruiken om stof mooi af te werken. Dit heb ik om de bovenrand van de vlaggen gevouwen met ongeveer 12 cm tussen de vlaggen en met spelden vastgezet. O ja, en met een lang stuk aan het begin en het einde. Want je moet de lijn natuurlijk wel kunnen ophangen.
  7. De laatste stap: start aan 1 kant van de biaisband om het aan elkaar te stikken met de naaimachine terwijl je steeds weer wat naalden eruit haalt. Zorg dat je aan het begin en einde ook even terug-stikt om alles vast te zetten. Knip de loshangende draadjes af en… klaar!

Burgerschapsdividend – omdat Nederland van ons allemaal is

Gisteravond zijn we opgebleven – zo noemen we het tegenwoordig als we later dan 9 uur naar bed gaan met z’n allen – om Tegenlicht-aflevering ‘Ons basisinkomen’ te kunnen zien. Rutger Bregman zou ons laten zien wat de huidige staat is van het denken over het basisinkomen. Het burgerschapsdividend met een veel mooiere en toepasselijke term, zo leerde ik in de voorstukjes al. Ik vond het een ontzettend inspirerende aflevering van Tegenlicht en hoop dat jij het interessant genoeg vindt om ook te gaan kijken!

Het basisinkomen is een term of idee dat op veel weerstand stuit. Zowel aan de linker- als rechterkant van de politiek zijn er zowel voor- als tegenstanders. En dat is gek. Blijkbaar is het een onderwerp dat niet zo goed past binnen ofwel de liberale ofwel de sociale gedachte. Terwijl een basisinkomen, in welke vorm dan ook, volgens onderzoek een zeer effectieve manier is om als overheid je geld uit te zetten:

  • Er is geen groot controle-apparaat nodig, geen batterij aan ambtenaren om ingewikkelde wetgeving en beleid uit te laten voeren.
  • Het basisinkomen is onafhankelijk van het bestaande inkomens en discrimineert daarmee niet tussen arm en rijk.
  • Met een basisinkomen dat onvoorwaardelijk is, vallen veel zorgen van gezinnen in armoede weg en ontstaat er ruimte om te werken aan gezondheid en persoonlijke ontwikkeling. Het gevolg is dat er minder werkloosheid is, minder zorg nodig is en kinderen het beter doen op school.

Het lijkt een heel modern idee, maar feitelijk had president Nixon begin jaren 70 al grote plannen met een vorm van het basisinkomen. Ik vond het bizar om me te realiseren dat een relatief klein aantal personen er toen voor heeft gezorgd dat het basisinkomen er niet kwam. Stel je voor als er net wat meer mensen voor het voorstel hadden gestemd. Hoe had de wereld er uit gezien als een invloedrijk land als de VS dit al in de jaren 70 had ingevoerd? Of als Hillary Clinton campagne had gevoerd met de leus ‘Alaska for America’, met als doel het systeem van basisinkomen in de staat Alaska te dupliceren naar heel de VS? Dit was ze oorspronkelijk namelijk van plan!

Wat we van de geschiedenis en de wetenschap leren, is dat een basisinkomen positieve effecten heeft en regelmatig als optie op de politieke agenda heeft gestaan. Tegelijkertijd leren we ook dat het op veel weerstand stuit. Deels door álle machthebbers, dus onafhankelijk van hun politieke idealen. “Je moet het slechts aan een selecte groep geven, want niet iedereen zal een basisinkomen goed gebruiken,” is dan het argument. Een typisch argument, zo heb ik nooit eerder beseft, waarmee de elite zorgt dat het de elite blijft. In rechtse hoek is er daarnaast weerstand tegen het idee van ‘Gratis geld voor iedereen’, zoals Bregman zijn boek genoemd heeft. Werken voor je geld, dat is het liberale devies.

Het meest intrigerend en inspirerend aan de aflevering vond ik dus de shift van basisinkomen naar burgerschapsdividend. Deze twee concepten komen praktisch gezien op hetzelfde neer, maar de uitleg is compleet anders. Het voorbeeld dat in de aflevering aan bod komt: in Alaska is op een gegeven moment een start gemaakt met olieboringen. In plaats van de olie-business te privatiseren heeft de staat gezegd “die olie is eigenlijk van iedereen in Alaska, en dus moet iedereen van de opbrengsten mee profiteren”. Sindsdien krijgt iedereen in Alaska een deel van de winst uitgekeerd. Een dividend dus.

De mogelijkheden hiervan zijn mindblowingly prachtig. Je kunt sociale duurzaamheid combineren met het tegengaan van klimaatverandering, stimuleren van gezonde voeding, werken aan natuurbehoud, noem maar op. Als je het dividend koppelt aan een fikse belasting op bijvoorbeeld CO2-uitstoot of luxeproducten of juist aan de opbrengsten van natuurtoerisme… Dan krijg je eindelijk aan alle kanten positieve prikkels voor verandering in plaats van perverse prikkels. En profiteert iedereen van het gemeenschappelijk ‘bezit’ dat Nederland heet.

Ben jij nieuwsgierig geworden naar de aflevering ‘Ons basisinkomen volgens Rutger Bregman’ van Tegenlicht? Kijk hem dan hier terug. En laat me vooral weten wat je er van vond!

De eerste verjaardag van Willemijn

Hieperdepiep hoera! Op 20 oktober om 12.23 uur hebben we het verjaardagskaarsje in Willemijn’s bananen-muffin-taartje aangestoken en samen met de familie voor haar gezongen. Met grote ogen zat ze ons aan te staren. Wat deed iedereen gek! Het kaarsje hebben we haar helpen uitblazen – verrassend genoeg lukte haar dat niet zelf – en de muffin hebben we voor haar in stukjes gebroken. Wij gingen met de familie lunchen terwijl Willemijn haar ‘taartje’ at, want dat soort dingen kunnen gewoon als je jarig bent.

Oké, een dag verandert natuurlijk helemaal niks. Maar net als de 9 maanden is 1 jaar wel echt een mijlpaal. We wilden er dus graag samen bij stil staan en hebben familie en vrienden uitgenodigd langs te komen. Om taart te eten en om met Willemijn te knuffelen 😉

De hoogtepunten van de dag voor mij?

  • Zingen voor Willemijn
  • Willemijn die heel doelbewust op de stapel inpakpapier van reeds uitgepakte cadeaus af ging om daar mee te spelen
  • Mijn nichtje die haar half-opgegeten bananen-muffin verder aan ons Willemijntje kwijt kon, die tijdens het eten van de bewuste muffin mijn nichtje als klimrek gebruikte
  • Mijn zelfgemaakte vlaggenlijn – waar ik iedereen ook trots op gewezen heb – die in de kamer hing