Wat is geocaching?

Wist jij dat er overal in de wereld schatten verborgen liggen? De kans is groot dat een van die schatten zich binnen 20 minuten lopen bevindt, waar je ook bent in Nederland of de rest van de bewoonde wereld. Je hebt welgeteld twee dingen nodig om ze te kunnen vinden: de coördinaten en je smartphone of een apparaat om met behulp van GPS bij deze coördinaten uit te komen. Simpel!

Toch was ook ik heel lang een Dreuzel (ja, dit woord wordt echt gebruikt) die geen flauw benul had van deze verborgen wereld van geocaching. De caches (schatten) zijn zo klein en zo goed verborgen, dat je het niet ziet als je het niet weet. Trouwens: ook als je met behulp van de coördinaten op de goede plek bent uitgekomen, moet je soms nog goed zoeken. En de voldoening is dan des te groter als het lukt om de cache te vinden en je dit met de gemeenschap kan delen.

Geocaching bestaat sinds 2000, en de gemeenschap groeit en groeit. Het begon met een groepje GPS-enthousiastelingen die wel eens wilde testen hoe accuraat het systeem was. In mei 2000 schakelde de Amerikaanse overheid de selective availability van de GPS satellieten uit. Dat betekent dat vanaf dat moment ook burgers deze satellieten konden gebruiken om hun locatie te berekenen, en ze veel dichter bij de echte locatie zaten. “Is het systeem nu accuraat genoeg om anderen op basis van coördinaten een verborgen target te laten vinden?” was de vraag die Dave Ulmer zichzelf stelde. Het antwoord zal jullie niet verbazen: ja, dat kan zeker. En voor die GPS-enthousiastelingen begon het spel van verstoppen en vinden…

Vanaf het moment dat Jeremy Irish een hobby-site startte voor dit spel, begonnen ook naar de caches te zoeken. En, als ze merkten dat er bij hen in de buurt niks lag, caches te verstoppen. De site begon met nog geen 100 caches. Inmiddels liggen er miljoenen wereldwijd en zijn er alleen in Nederland al meer dan 55.000 mensen die aan het spel meedoen!

Geocaching randstad

Wij dus ook 🙂 Het leukste aan geocaching is het naar buiten gaan en ontdekken van toffe manieren waarop de caches verstopt zijn. In veel plaatsen liggen caches op mooie toeristische plekken waar je anders misschien niet zo snel komt, dus het is leuk als je een stad wil ontdekken. En het kan er voor zorgen dat je je toerist voelt in je eigen stad! Geocaching lokt je naar plekjes waar je nog nooit eerder geweest bent of waar je eerder blindelings langs ging. Daarnaast ben ik heel blij met CITO: Cache In Trash Out. Geocachers worden niet alleen opgeroepen om zelf geen vuilnis achter te laten, maar ook aangemoedigd om een vuilniszak mee te nemen en zwerfafval op te ruimen.

Ben je een beetje enthousiast geworden? Misschien zien we je wel een keer bij een cache!

De nieuwe Schijf van Vijf

Nadat in november 2015 de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding werden gepubliceerd, heeft het Voedingscentrum gister de nieuwe Schijf van Vijf geïntroduceerd. Dat kon natuurlijk niet uitblijven. De schijf ziet er wat gelikter uit, dat is zeker. De koppeling naar een interactief deel, waar je zelf een soort menu kan samenstellen, is erg mooi! Net als de wat meer basic weergave van voedingsmiddelen (en daardoor wat minder sturing richting specifieke producten) zorgt ook dit er hopelijk voor dat er wat meer variatie komt in het eetpatroon van mensen. Variatie is namelijk nog steeds een van de uitgangspunten bij de nieuwe Schijf van Vijf.

Wat is er dan, naast het uiterlijk, veranderd? Nou, allereerst zijn de hoeveelheden aangepast naar aanleiding van de richtlijnen. Daarbij wordt het pleidooi gemaakt voor meer plantaardig, minder vlees en meer volkoren en zijn meer soorten producten nadrukkelijk opgenomen in de schijf. Peulvruchten zijn bijvoorbeeld naast vlees en vis opgenomen als bron van eiwitten. Ook wordt aangeraden dagelijks een handje ongezouten noten te eten. Een laatste verandering die ik nog wil benoemen is dat beter duidelijk wordt gemaakt welke dingen wel binnen de Schijf van Vijf vallen (voorkeursproducten) en welke niet. Alleen de voedingsmiddelen die gezondheidswinst opleveren, zijn opgenomen in de schijf. Zo wordt het makkelijker om te bepalen wat je beter wel en niet kan eten.

Schijf van Vijf persoonlijk menu

Toch heb ik nog wel een paar kritische noten. Ondanks dat het Voedingscentrum met deze nieuwe schijf meer ruimte vrijlaat voor variatie, leunt het nog steeds heel erg op het Nederlandse eetpatroon. Brood met kaas en een glas melk er bij en drie grote maaltijden per dag. Waarbij je buiten de Schijf van Vijf nog maximaal 3-5 keer per dag iets kleins (bijvoorbeeld een chocolaatje) kan eten en maximaal 3 keer per week iets groots (bijvoorbeeld een pizza). Daar waar een keuze is gemaakt om alleen producten die gezondheidswinst opleveren in de schijf op te nemen en hier dus op te sturen, geeft deze mogelijkheid voor kleine tussendoortjes en grote maaltijden ‘buiten’ de schijf toch een beetje een verkeerd signaal. Met veel mensen die het inschatten van porties nog steeds lastig vinden, is de kans groot dat er veel van buiten de schijf wordt gegeten, maar dat mensen toch het gevoel hebben dat ze slechts 3 dingen op hebben en dus wel goed zitten.

Datzelfde geldt voor de aanbevelingen voor de hoeveelheden groente en fruit. De boodschap die de wetenschap al jaren laat horen:hier moet je zoveel mogelijk van eten, zeker qua groente! 250 gram, de dagportie die met de nieuwe Schijf van Vijf wordt aanbevolen voor volwassen vrouwen, ligt weliswaar hoger dan het vorige advies, maar stimuleert niet echt tot het eten van meer groente. Dat zou pas gebeuren als het hoger zou liggen, bijvoorbeeld rond de 500 gram. Op die manier is duidelijk dat 125 gram – de gemiddelde inname van Nederlanders – ruim te laag is. Ook hierbij geldt echter dat we, om dit te bereiken, af moeten stappen van het standaard Nederlandse eetpatroon. Want 500 gram groenten in een avondmaaltijd… dat is erg lastig!

Samenvattend: de nieuwe Schijf van Vijf is absoluut een stap in de goede richting en is mooi vormgegeven, maar rekening houdend met hoe mensen omgaan met richtlijnen en getallen is daar nog wel wat meer nodig aan voorlichting en aan voorbeelden dan momenteel gegeven wordt.

ROBUUST in Antwerpen

Terwijl Nederland haar best deed zoveel mogelijk zwerfafval op te ruimen tijdens de Landelijke Opschoondag, heb ik samen met mijn man een bezoekje gebracht aan Antwerpen. Gewoon, even op en neer met de trein, want vanuit Leiden ben je in slechts twee uur bij onze zuiderburen:) We hebben heerlijk geslenterd in het historisch centrum, toegegeven aan onze innerlijke choc-a-holic bij Quetzal, maar liefst 5 geocaches kunnen loggen – als je dit geweldige spel niet kent: ik zal er donderdag alles over vertellen – en… een bezoek gebracht aan zero waste shop ROBUUST!

Met een op volle toeren draaiende crowdfunding actie voor een verpakkingsvrije winkel in Leiden, groeit mijn nieuwsgierigheid naar soortgelijke winkels in binnen- en buitenland. GoodsOnly in Zutphen (Nieuwstad 23) bezocht ik al eerder voor de eerste Nederlandse zero-waste bloggers meeting. Wat verademing ten opzichte van een reguliere supermarkt: kleinschalig, vooral natuurlijke materialen en kleuren in de winkel en geen overbodige verpakkingsmaterialen. Zelfs het wegen en taren gebeurde zonder sticker of bon! De lat om de andere winkels aan af te meten is gelijk hoog geplaatst.

Het Antwerpse Robuust bestaat al wat langer dan GoodsOnly. De winkel is vanaf de buitenkant vrij onopvallend, maar zodra je binnenstapt is het overweldigend. Langs alle wanden staan schappen met bulkgoederen. Pasta, gedroogd fruit, noten en verschillende soorten suiker in de mooie bakken die ik in Zutphen ook gezien heb. Bij de kast met kruiden vond ik het jammer dat ik alleen een potje meegenomen had voor Italiaanse kruiden, want ze hadden werkelijk alles wat ik regelmatig in de keuken gebruik (en wat ik in Leiden helaas nog niet verpakkingsvrij heb kunnen vinden). Waar ik echt heel blij van werd, waren de grote bakken met meel. Wat zou ik dat graag bij ons zien, zeg! Net als het grote blok boter waar je zelf van af kan snijden voor in je eigen botervloot.

Waar ik ook even voor mijn doen flink heb ingeslagen is de non-food afdeling. Die is bij Robuust vrij uitgebreid, jeej! Verschillende schoonmaakspullen, zoals borstels en navulbaar Ecover afwasmiddel staan mooi uitgestald (flessenborstel en afwasborstel van natuurlijke materialen, check). Er zijn tandenborstels, rvs rietjes (check!) en bijenwasdoeken van Leven zonder afval. Ik was nog meer onder de indruk toen ik zag dat ze zelfs wasbaar maandverband en menstruatiecups verkopen.

Er is in mijn ogen slechts 1 groot minpunt waar Robuust wel aan mag werken: stickers en bonnetjes. Waarom gebruiken we die in een afvalvrije winkel?! Ik hoop dat ze in de toekomst misschien een systeem kunnen aanschaffen waardoor er geen stickers meer geplakt hoeven te worden om het lege gewicht van de potjes te kunnen verrekenen. En waar niet automatisch een kassabon wordt uitgeprint. Zoals ik al zei ligt de lat hoog, en ik heb gezien dat het mogelijk is.

Al met al is ROBUUST zeker een aanrader. Ga je een keer naar Antwerpen, vergeet dan niet je tasjes en potjes en breng een bezoek aan deze mooie winkel!

Review: Bag it!

Sinds 1 januari 2016 mogen winkels en supermarkten geen gratis plastic tasjes meer verstrekken. Met positief effect! Of tenminste: zonder het echt gemeten te hebben, heb ik toch het gevoel dat ik al vaker stoffen tassen voorbij zie komen en dat er minder plastic tassen in het straatbeeld te zien zijn. Ook plastic flesjes zie ik minder vaak nu veel mensen een dopper, klean kanteen of andere variant herbruikbare fles hebben.

Jeb Berrier zou zeggen dat we een goed begin hebben gemaakt. In 2010 maakte hij de documentaire ‘Bag it’ over het verminderen van single-use plastics. Uit frustratie met de overload plastic die hij als zwerfafval in zijn omgeving terugzag, heeft hij gepraat met experts over de effecten van plastic op het milieu. Beth Terry van My Plastic-Free Life, bijvoorbeeld, een van de iconen van de zero-waste beweging. Zij is vooral erg bezig met de grote garbage patch in de oceaan waar ons zwerfafval naartoe zweeft. Niet als een eiland, maar als grote plastic soep waarvan dieren helaas ook denken dat het echt eten is. In de magen van zeedieren en vogels worden bizar veel stukjes plastic gevonden en niet geheel verrassend komt dat hun gezondheid niet ten goede!

Ook voor onze gezondheid is het gebruik van plastic niet bepaald goed. Getriggerd door de zwangerschap van zijn vrouw, begint Jeb na te denken over hoe hij zijn ongeboren kind het best mogelijke begin kan geven. Daar horen de gevaarlijke stoffen die in plastics zitten niet bij. Een praktische test waarbij Jeb een tijdje ‘normaal Amerikaans’ leeft, dus met magnetronmaaltijden die in plastic worden opgewarmd en veel verzorgingsproducten, blijkt dat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in zijn lichaam flink is toegenomen. Hij stelt ons wel gerust met de boodschap dat dit weer omkeerbaar is. Maar het laat duidelijk zien dat het huidige ‘normale’ eet- en leefpatroon niet alleen voor welvaartziekten door overgewicht kan zorgen, maar ook voor lichamelijke en psychische problemen. Zeker als het gaat om kinderen die zich nog moeten ontwikkelen. De twee stoffen die Jeb uitlicht, BPA en ftalaten, verstoren namelijk het hormoonsysteem. No way dat een baby dat binnen mag krijgen, natuurlijk, maar helaas gebeurt het wel op grote schaal en zul je bewust moeten afwijken van de norm om het te voorkomen.

Als ik hoor hoe het Amerikaanse systeem betreffende chemische stoffen werkt – deze zijn toegestaan tenzij aangetoond is dat ze gevaarlijk zijn – ben ik heel blij dat ik in Europa woon. Hier moet namelijk aangetoond worden dat het veilig is, voordat het toegestaan is. Uiteraard zijn er ook hier gevaren. De industrie is er bij gebaat dat plastic gebruikt blijft worden en heeft grote invloed op de politiek. Jeb interviewt voor de docu ook Annie Leonard van The Story of Stuff, die in haar filmpjes veel aandacht besteedt aan de marktwerking en de invloed van grote bedrijven. Maar gelukkig kunnen we onze citizen muscle oftewel onze kracht als consument gebruiken om invloed uit te oefenen. Stemmen met de portemonnee, maar ook met actie. Door te vragen om wat we wel willen: minder chemische stoffen en minder verpakkingsmateriaal.

Zoals je misschien wel proeft aan deze review ben ik erg onder de indruk van de documentaire. Jeb weet heel goed de struggles van de gewone mens weer te geven, en de experts zorgen er voor dat we ook de volgende stap zien. Namelijk dat het niet alleen storend is dat er zwerfvuil ligt, of zielig voor de dieren die plastic binnenkrijgen, maar dat het ook voor onze gezondheid op de korte en lange termijn belangrijk is om te stoppen met het gebruik van single-use plastics en gevaarlijke chemicaliën. Absoluut een film die ik je aanraad!

Waarom de deeleconomie geweldig is!

In Leiden heb je, net als in veel andere steden, een weggeefhoek op Facebook. Voor de mensen die dit niet kennen: als je spullen niet meer gebruikt, kun je er via deze groep iemand anders blij mee maken. Ik ben enigszins gegrepen door The life-changing magic of tidying up van Marie Kondo, waarbij je alle bezittingen die je hebt tegen het licht houdt en je afvraagt ‘does this spark joy?’. Als het iets is waar je heel blij van wordt, dan hou je het, en de andere dingen doe je weg. Inmiddels heb ik dus ontzettende stapels met spullen waar ik graag iemand anders blij mee maak en zet ik de weggeefhoek iedere dag weer vol.

Het leuke aan deze vorm van delen, namelijk het doorgeven van spullen en ze zo een tweede leven schenken, is dat het er ook voor zorgt dat je allerlei verschillende mensen ontmoet! Zo heb ik iemand blij kunnen maken met kalligrafie-pennen, van die opzetstukjes voor ganzenveren. Voor op school, want op de school waar zij werkt gebruiken ze dat. Een half uur later klikte er iets in mijn hoofd – soms heb je dat – en realiseerde ik me: zij werkt dan vast op de vrijeschool! Omdat ik dat wel tof vind, heb ik nog een keer contact gezocht, met als resultaat dat ik tijdens een evenement op het Mareland ben geweest en heb kunnen zien hoe een vrijeschool er uitziet.

Wat later kwam nog iemand anders kinderspullen halen die ik uit mijn ouderlijk huis had verzameld. Ze kwam wandelend, met haar dochtertje in de kinderwagen. Het meisje kroop er prompt uit toen haar moeder en ik begonnen te praten, en drentelde af en aan naar de glijbaan, naar het stukje zand naast de flat (doordat er tegels zijn verwijderd), de doos met goodies voor haar en ze hupsde in het algemeen gewoon lekker rond. Zoals dat hoort bij een dreumes van tweeëneenhalf. Ik werd er erg vrolijk van 🙂

De opkomende deeleconomie is vanuit zero-waste oogpunt geweldig. Weggeefhoeken, kringloopwinkels, marktplaats en ruilfeesten zijn booming en zorgen er voor dat er geen materiaal verloren gaat. Grappig genoeg zijn er altijd wel mensen die spullen die jij niet meer gebruikt graag willen hebben. Naast dit doel, wat voor mij de primaire reden is om mijn spullen te delen en weg te geven, biedt de deeleconomie ook enorme kansen voor ontmoeting. En voor een leven lang leren! Een drietal praktische voorbeelden:

  • In minibiebs (en natuurlijk ook gewone bibliotheken) kun je mooie, onbekende boeken vinden. Via Peerby kun je specifieke boeken vinden en lenen van je buren. Zo heb je toegang tot meer boeken dan je ooit zou kunnen verzamelen.
  • Je kunt mensen met gave hobbies of passies bereiken die het leuk vinden anderen hierover te leren. Via Konnektid, bijvoorbeeld, of omdat je toevallig bij ze in de auto zit als je met BlaBlaCar ergens heen gaat. Dit laatste moet ik zelf nog een keer proberen, trouwens!
  • De wereld ligt aan je voeten. Via AirBnB en Couchsurfing kun je slaapplaatsen vinden bij locals overal ter wereld. Die ook precies weten waar je ècht een keer moet kijken en je laten kennismaken met de lokale cultuur en het lokale eten.

Op welke manier gebruik jij de deeleconomie? En wat zijn jouw favoriete sites of apps? Laat het weten in de comments!

Nederlanders tegen voedselverspilling

Op werk hebben we een interessante radio. Het enige kanaal dat hij zonder ruis kan laten horen is het obscure Sublime FM. Obscuur omdat niemand die ik er over gesproken heb dit kanaal kent, niet omdat het vreemde dingen speelt. Het hoogtepunt van de dag is het Nieuws van de Vooruitgang, waarin toffe initiatieven worden aangehaald die de wereld een beetje vooruit helpen. Jullie zullen begrijpen dat ik fan ben van Sublime FM!

Vandaag hoorde ik op de radio heel leuk nieuws. De Amsterdamse brouwerij Wild gaat fruitwijn maken van partijen afgedankt fruit, die bij groothandels, importeurs en boeren vandaan komen. Zo gaan ze voedselverspilling tegen en maken ze er nog een mooi product van ook! Daarnaast willen ze ook voorlichting gaan geven over hoe mensen zelf collectief fruitverspilling kunnen tegengaan. Net als de verpakkingsvrije winkel in Leiden zijn zij een crowdfunding actie gestart om onder meer de brouwmaterialen aan te kunnen schaffen. Ik vind het weer een geweldig idee en steun deze mannen dan ook graag.

Om een beetje in het onderwerp te blijven, wil ik ook drie anderen in het zonnetje zetten voor de inspanningen die zij leveren om voedselverspilling tegen te gaan. De mensen van Kromkommer zorgen er voor dat gekke groente, met vormen waardoor ze niet in de winkels komen te liggen en dus het gevaar lopen weggegooid te worden, terecht komen in heerlijke soepen. Zij hebben ook de Krommunity opgericht, een netwerk voor de hele keten van teler tot groothandel tot restaurant tot consument. Met natuurlijk als doel om voedselverspilling zoveel mogelijk tegen te gaan. Je kan de soepen van Kromkommer kopen bij onder andere de WAAR of bij de andere winkels in dit overzicht.

Hoezo 50 kilo? Ruim een jaar is Daisy namens het Voedingscentrum bezig geweest om ideeën te verzamelen hoe we die 50 kilo voedselafval per persoon per jaar omlaag kunnen brengen. Op de Facebookpagina en op Kliekipedia kun je veel van de tips vinden. Daisy is trouwens niet gestopt na een jaar, maar blogt zelf verder op All Day Every Daisy. Hoewel dit wellicht niet een particulier initiatief was, heeft het me zeker de ogen geopend. Door de food battle, waarin je drie weken lang bijhoudt hoeveel eten je weggooit, werd ik me bewust van de ontzettend grote hoeveelheid die dit eigenlijk is. En heb ik veranderingen gemaakt, met hulp van de Facebookcommunity en toffe sites als Kliekipedia.

Toen ik eenmaal doorhad hoeveel ik weggooide, ging ik natuurlijk op zoek naar tips. De leukste vond ik misschien wel in de verschillende filmpjes van Thomas Luttikhold, de enige echte waste watcher van Nederland. Onder het motto van Wasteless Wednesday laat hij zien hoe je verschillende soorten groenten en kruiden kan laten hergroeien, hoe je melige appels ergens in kan verwerken, hoe je pannenkoeken kan maken met restjes groenten en nog veel meer. Gewoon eens gaan kijken dus!

Natuurlijk zijn dit niet de enige goede initiatieven in Nederland die voedselverspilling tegengaan. Ken jij er nog meer? Laat het weten in de comments!

Even naar de kapper

Al een tijdje had ik wat spannends op mijn to do list staan: mijn haar doneren. En dit weekend heb ik het dan eindelijk gedaan!

Er zijn stiekem veel mensen, zowel volwassenen als kinderen, die ongewenst haarverlies hebben door bijvoorbeeld alopecia of chemotherapie. Dit laatste heb ik van vrij dichtbij meegemaakt, en hoewel mijn moeder geen behoefte had aan een pruik, zijn er veel mensen die zich toch prettiger voelen met een bos haar. Geïnspireerd door de blijdschap van een clubgenoot om de pruik die op haar oude coupe leek – gemaakt van het haar van een van mijn teamgenootjes, trouwens, supergaaf! – en de mensen van wie ik op Facebook zag dat ze hun lokken doneerden, besloot ik dit ook te gaan doen.

Ondanks dat ik bijna nooit naar de kapper gaan, groeit mijn haar als kool. Het was dus al snel lang genoeg. Ik vond het best spannend, zoals ik eerder al aangaf, maar deze zaterdag heb ik de knoop doorgehakt en het gewoon gedaan. Of de vlecht doorgeknipt, iets toepasselijker 😉 Ik hoop dat de Stichting Haarwensen, naar wie de kapper mijn vlechten gaat sturen, een kind blij kan maken met een mooie pruik!

IMG_0502Haar gedoneerd 3

 

Crowdfunding voor verpakkingsvrij Leiden

Nederlanders zorgen volgens Milieucentraal voor bijna 500 kilo afval per persoon. Ontzettend veel eigenlijk! Iets meer dan de helft daarvan wordt gescheiden ingeleverd voor recycling. Na inlevering voor recycling gebeurt het volgende: er is energie nodig voor recycling, wat in sommige gevallen (plastic) producten oplevert van mindere kwaliteit, maar ook zorgt dat materiaal hergebruikt wordt. En de spullen die niet recycled worden, eindigen in de verbrandingsoven of de vuilstort. Energie bij productie, recycling en bij het opruimen van het afval.

Dat moet toch makkelijker kunnen?! Als we nu gewoon 1 keer energie steken in het maken van mooie potjes, flesjes en tasjes… kunnen we die gewoon steeds hergebruiken 😉 Op de markt, bijvoorbeeld, maar ook in de verschillende verpakkingsvrije en verpakkingsarme winkels die in Nederland oppoppen.

Ook in Leiden zijn er plannen voor een verpakkingsvrije winkel. Jeej! In eerste instantie was het de bedoeling dat deze er in december al zou zijn, maar dat lukte niet. Na een radiostilte is dan nu duidelijk waar de initiatiefnemers mee bezig zijn: sinds gisteren is een crowdfundingsactie gestart. In 5 weken willen ze 9000 euro ophalen om de winkel te bekostigen, en dan gaat het vooral om dispensers, een kassa-systeem en wat startkapitaal om ook daadwerkelijk wat in de schappen te hebben als de winkel opent. En als er meer opgehaald wordt, kan er misschien ook een notenpersmachine worden aangeschaft 😀

Ik ben enthousiast. Jullie ook? Doneer dan en zorg dat we ook in Leiden een verpakkingsvrije winkel krijgen!

Lekker naar de markt

Woensdag en zaterdag is er markt in het centrum van Leiden. Naast het feit dat het ontzettend leuk is om over de markt te wandelen, is het ook een van de beste plekken om met eigen tasjes, zakjes en potjes boodschappen te doen. Wat ik hier allemaal haal? Fruit en groente, natuurlijk. Vlees, nootjes, kaas en eieren, gedroogde vruchten… En ik ontdek steeds nieuwe dingen! Een kraampje waar muesli los wordt verkocht, wat ik eerder nog niet had gevonden.

De mensen leren je ook een beetje kennen. Dat scheelt veel, zeker als je afwijkt van de norm door je eigen tasjes, zakjes en potjes mee te nemen. Want ondanks de ban op plastic tasjes is het nog niet gebruikelijk om alles zelf mee te nemen. Maar goed, de meesten weten het inmiddels, wat ook leuke gesprekken oplevert. Met de man van de nootjes, bijvoorbeeld, die inmiddels een kleine korting geeft aan mensen die eigen potjes meenemen. Met de mensen van de kaasboer, over de bijenwasdoek die ik gebruik. En met de dame van de biologische slager, waarvan ik hoorde dat ik niet de enige ben met eigen bakjes. Het gaat dus zeker langzaam de goede kant op.

Wat het leukste is aan de markt, voor mij, is de herkenning. O ja, hier ga ik heen voor de sinaasappels, en daar hebben ze die lekkere cashewnoten. Zelfs als je een keer niks hoeft te hebben, zeg je de mensen van de kraam nog steeds even gedag. Je hoort bij een gemeenschap. En dat is super! Zolang het me lukt om de tijd vrij te maken geef ik dus altijd de voorkeur aan de markt boven de supermarkt.

Review: Fat, sick and nearly dead

Tot nu toe gebruiken mijn man en ik Netflix vooral voor het binge-watchen van allerlei series. Maar op De Groene Meisjes zie ik regelmatig interessante documentaires voorbij komen die ook via Netflix te bekijken zijn. Ik ben mijn weekje vakantie dan ook begonnen met het kijken van ‘Fat, sick and nearly dead’, een docu over hoe voeding je leven kan veranderen.

In het kort gaat deze docu over Australiër Joe Cross die, zoals hij zelf zegt, fat, sick and nearly dead is. Zijn gewicht is niet om over naar huis te schrijven en in verband met een andere aandoening moet hij dagelijks medicijnen slikken. Als model voor de gemiddelde mens heeft hij dit een tijdje aangekeken en braaf de symptomen met medicijnen bestreden, maar met het maken van deze documentaire slaat hij een andere weg in. Na goedkeuring van zijn arts en na overlegd te hebben met een aantal voedingsdeskundigen, kiest hij er voor om 60 dagen lang te leven op (groene) sapjes. Deze perst hij zelf in zijn auto terwijl hij door Amerika reist, het land van McDonalds, Burger King en KFC. Om een lang verhaal kort te maken: hij valt af, waardoor hij zijn levensverwachting flink verhoogt, en slaagt er in zijn aandoening onder controle te houden zonder gebruik van medicijnen.

Het mooie aan deze documentaire is dat het niet blijft bij het succesverhaal van deze ene Australiër. In Amerika praat hij namelijk met Jan en alleman over voeding en welk effect voeding heeft op de gezondheid en het geluk van mensen. Zowel positief als negatief. Het meest schokkende waren wel zijn gesprekken met anderen die duidelijk te maken hadden met overgewicht. Zij schatten zelf in dat ze misschien 55 zullen worden, als ze op dezelfde voet doorgaan. Hoewel enkelen op basis daarvan toch wel het gevoel hebben er iets aan te moeten en kunnen doen, geven anderen ook aan dat het ze niet echt uitmaakt. Heftig! Het is haast niet te geloven dat er mensen zijn die het ogenschijnlijk niet uitmaakt dat ze misschien de 55 niet halen, terwijl ze met een gezondere leefstijl misschien wel 100 zouden kunnen worden.

Joe weet gelukkig ook mensen te inspireren om een verandering in gang te zetten om hun gezondheid en geluk te verbeteren. Tijdens zijn rondreis komt hij een typische trucker tegen met morbide obesitas en dezelfde aandoening als Joe. Als hij net terug is in Australië, krijgt hij een telefoontje van deze vrachtwagenchauffeur: wil je me alsjeblieft komen helpen? Zo bijzonder als het verhaal van Joe was, nog bijzonderder is de weg die Phil aflegt. Hij stopt met zijn baan om aan zijn gezondheid te werken, en de passie die hij hierin ontdekt gebruikt hij om weer anderen te inspireren. Inclusief zijn eigen familie.

De case-studies die in ‘Fat, sick and nearly dead’ worden belicht, laten zien dat het goed mogelijk is om je leven met behulp van voeding radicaal te veranderen. Joe en Phil, de twee mannen die centraal staan in de documentaire, hebben dit gedaan door te vasten – zoals ook onze jager-verzamelaar voorouders wel moesten doen – en in die periode te zorgen dat ze met de sapjes alle belangrijke vitaminen en mineralen binnen kregen die ze nodig hadden. Een nutritarian dieet, zoals de arts het noemt, gebaseerd op groente en fruit, aangevuld met noten, zaden, pitten en bonen. En dierlijke producten bij wijze van uitzondering in plaats van als hoofdbestanddeel.

Ik moet zeggen dat ik erg onder de indruk ben van het verhaal en de boodschap die Joe Cross heeft weten over te brengen. De komende week ga ik een eetdagboek bijhouden om eens te kijken hoe ik het doe met betrekking tot de micronutriënten. Wie weet hoeveel ik nog kan verbeteren…